Week 52 – Naalden
Vlokjes sneeuw vallen. Ze kleuren de vakantie wit. De kinderen trekken sporen met hun sleeën. Jessica, Ron, Lesley, Kevin, Joyce, Rob. Ze zijn er allemaal.
Week 51 – Nest
Morgen is het kerstmis. De kinderen hebben al een paar dagen vakantie. Rob en Ron staan op het plein voor de kerk. Midden op het plein staat een grote kerstboom.
Week 50 – Raam
Midden op het grasveldje voor de klas staat een boom. De takken van de boom zijn al een tijdje helemaal kaal. De herfstwind heeft de bladeren meegenomen.
Week 49 – Boompje
In de hoek van de klas staat een adventskrans van blikken. Het zijn de blikken uit het verhaal van Guus. Zij werden uit afvalbakken gehaald. Grote, kleine, gedeukte, hele rechte.
Week 48 – Marsepein
‘Kijk, de maan schijnt pakjes.’ Guus staat op een stoel. Boven de leestroon maakt Guus een halve maan vast aan het plafond. Er bungelen pakjes aan. ‘Kevin houd de stoel goed vast.
Week 47 – Misschien
‘Knutselen. Wij gaan knutselen,’ zingt Guus. De kinderen zingen met hem mee. ‘En wat gaan we maken? Een trekpop. Kijk zo.’
Week 46 – Dak
‘Kijk eens wat ik in mijn schoen heb gekregen.’ Kevin heeft een suikerbeestje in zijn handen. Joyce komt dichterbij. ‘Dat kan helemaal niet, sinterklaas komt pas morgen.’
Week 45 – Toveren
Guus schuifelt met zijn voeten door de bladeren. 'Je kunt de herfst horen,' fluistert Guus. 'Het is muziek. Herfstmuziek.' Mariet danst aan zijn hand. Bladeren vliegen op.
Week 44 – Gezicht
‘Meester ik ben klaar.’ ‘Ik ook.’ ‘Hij heeft mijn pen.’ ‘Zij is aan het uitdagen.’ ‘Ik ben aan de beurt.’ ‘Zij kijkt af.’ ‘Geef hier die pen.’ ‘Hij slaat mij de hele tijd.’ Daar vliegt een gum.
Week 43 – Spin
Een roodborstje hipt door de tuin. Joyce zit op het stoepje voor de achterdeur. ‘Hoi, roodborst, kom je op vakantie? Ik heb ook vakantie, herfstvakantie.’
Week 42 – Schoenen
‘Wij gaan elastieken,’ zegt Guus. ‘Gymnastieken,’ roepen een paar kinderen. ‘Elastieken. Kijk maar,’ en hij begint te springen. Omhoog, omlaag, naar links en rechts.
Week 41 – Trollen
De vloer van de klas trilt. De meester loopt bibberend voor de klas. De kinderen schrijven schots en scheef in hun schrift. ‘Dit mag niet,’ roept de meester met trillende stem. ‘Netjes schrijven.’
Week 40 – Kwast
Een meneer verft de deur van de klas. ‘Wie bent u?’ vraagt Guus. ‘Ik ben de vader van Jenny.’ ‘Jenny?’ ‘ Ja, Jenny uit groep 3.’
Week 39 – Tak
‘Mieke, houd je vast aan de takken van de bomen. Mieke houd je vast aan de takken van de mast.’ De kinderen zingen dit liedje in de klas. Guus staat bij het raam.
Week 38 – Beest
Over de speelplaats rennen lachende kinderen. Guus staat op de terp. Zo noemen ze het heuveltje midden op de speelplaats.
Week 37 – Verliefd
‘O, o wat ben ik verliefd. O, o, o, o, wat ben ik verliefd. O, o, o, o, o!’ Guus schreeuwt het bijna uit.
Week 36 – Beginnen
Kinderen rennen over de speelplaats. Bij de schoolpoort staan vaders en moeders. Ook opa's en oma's. Vandaag begint weer de school. De vakantie is voorbij.
Week 29 – Weten
‘Het is vandaag de dag van niet meer weten. Het is vandaag de dag van pijn voelen. Het is vandaag van niet meer hebben, van kwijtraken.' Guus zit op de rand van zijn bureau.
Week 28 – Geheim
De deur van de klas is dicht. Dat is vreemd. ‘Als de deur open is, kan de wereld zo binnen komen. En onze verhalen naar buiten stromen,’ zei Guus eens.
Week 27 – Fles
Ron fietst hard door de straat. Rob zit achterop. Het is nog vroeg. Eigenlijk heel vroeg. Vandaag is er vrij. Vrij van school. Zomaar een vrije dag.
Week 26 – Kermis
‘Morgen begint de zomer. Zaterdag om 10.21 u. begint de zomer.’ ‘Schijnt dan de zon hard?’ vraagt Joyce. ‘Dat weet ik niet.
Week 25 – Bus
Rugzakken vol met broodjes, snoep, blikjes, pakjes dansen op ruggen van kinderen. Moeders en vaders lopen met rustige passen achter kwetterende kinderen aan.
Week 24 – Warm
De zon staat al hoog aan de hemel. Terwijl het nog vroeg is. Een zachte warme wind danst door de straten. Kinderen in rokken en korte broeken lopen naar buiten.
Week 23 – Eiland
Er gebeurt al een tijd niets meer. Niets? Eigenlijk gebeurt er wel altijd wat. Maar nu heeft het geen naam. Het is niet leuk. Of saai. Vervelend. Of grappig.
Week 22 – Regenboog
‘Bij ons in de tuin hangt een kastje tegen de schuur. Daar wonen koolmeesjes in. Door een rond gat vliegen ze naar binnen en naar buiten,’ zegt Joyce.

